Voor het eerst sinds mijn schooltijd in 1996 had ik deze zomer maar liefst 3,5 week vakantie.
Ongelooflijk.
Echt vakantie.
We begonnen met 9 dagen in de Dordogne, op een sprookjesachtig plekje aan de Lot.
Man en kinderen vissen, kanoën, zwemmen. En ik? Ik las drie boeken.
Drie! In 9 dagen! Voor mij voelt dat alsof ik de Olympische Spelen in lezen heb gewonnen.
En toen… thuiskomen.
Nog twee weken over.
Heerlijk.
De oudste zoon naar Noorwegen, de jongste druk met vrienden.
Alleen met mijn man.
Daar hadden we al zo vaak over gefantaseerd: samen thuis vakantie vieren.
Gewoon even niks.
Wat zouden we allemaal wel niet gaan doen?
Nou, dit dus:
Dag 1 thuis
06.30 – klaarwakker.
07.00 – honden uitlaten.
08.00 – honger. Alles dicht.
09.00 – ontbijt bij Intratuin.
10.30 – thuis. En nu?
12.30 – terug van de stad (poepzakjes gehaald, groot avontuur).
14.00 – thuis. En nu?
15.00 – nog maar een rondje met de honden.
16.00 – thuis. En nu?
Aardappels schillen? Nee joh, ik heb vakantie!
Dus wat gaan we doen dan? Weet ik veel.
Zo ging het dus voornamelijk.
Rondjes lopen, nog een boodschap, terrasje, Netflix ja/nee, Tuincentrum ja/nee.
Ik vroeg me steeds vaker af: hoe dóen andere mensen dat?
Niks doen. Bestaat dat echt?
Of doen ze stiekem ook gewoon van alles, maar dan zonder het hardop te zeggen?
Misschien zit het gewoon niet in me.
Misschien moet ik mijn ‘niks’ hernoemen naar ‘iets zonder plan’.
Dat klinkt al iets beter.
Maar voor de zekerheid: heeft iemand nog tips?
Hoe doe je niks?
Owh en ik ben nu weer aan het werk hoor, dus geen zorgen, alles komt goed.


